Klik hier voor onze home pagina

Ontmoetingsplaats van Moslims en Christenen

Ga naar www.tamazight.nu Ahlan wa sahlan (Arabisch voor 'Welkom') Berbers tot Buren - Home Voeg deze site toe
aan je favorieten!
 

Berbers in Nederland

Migratie naar West-Europa

Vanaf 1960 is er sprake van een grote stroom Marokkanen vanuit de Rif naar West-Europa. De belangrijkste vestigingslanden zijn Frankrijk, Nederland, België en Spanje. Er zijn "push" en "pull" factoren die deze stroom veroorzaakt hebben.

Werkloosheid in Marokko

De belangrijkste "push" factor is de economische uitzichtloosheid in het Rifgebergte. Er is nauwelijks of geen economische ontwikkeling. Voor de meeste mensen was het nagenoeg onmogelijk om te studeren, omdat zij, als plattelandsbewoners, niet over de connecties beschikten om te kunnen studeren in de (Arabische) stad.

Als men al gestudeerd had, was het vervolgens erg moeilijk om werk te vinden, zelfs voor advocaten, dokters of ingenieurs.

Tekort aan arbeidskrachten in Nederland

In de jaren '50 had de Nederlandse overheid de bevolking gestimuleerd om te vertrekken naar Canada, Nieuw-Zeeland en andere landen. Hieraan werd massaal gehoor gegeven en tienduizenden personen vertrokken, meestal definitief. In de jaren '60 bleek dat de wederopbouw van het land en de economie veel voorspoediger was verlopen dan men verwacht had. Als gevolg ontstond er een nijpend gebrek aan - met name goedkope - arbeidskrachten. Eerst wierf men arbeiders in Spanje, Italië, Griekenland en Joegoslavië, maar al snel kwam het leeuwendeel uit Turkije en Marokko.

Spontane werving (bedrijfleven)

In het begin was er vooral sprake van zgn. "spontane" werving: Nederlandse bedrijven togen zelf naar Marokko en ronselden daar mensen. Dat ging soms ook op minder prettige wijze. Veel arbeiders geven nu aan dat ze als vee gekeurd werden. Gebitsinspectie hoorde soms bij de keuring. Ook werd er vaak geselecteerd op opleidingsniveau: alleen de "domste" mensen werden uitgekozen.

Overheidsregulatie (NL-Marokkaanse regering)

Al snel bemoeide de Nederlandse overheid zich met de werving en maakte zij afspraken met de Marokkaanse overheid over de werving. De laatste bepaalde dat er vooral in de Rif geworven moest worden, omdat deze regio relatief overbevolkt was ten opzichte van de economische middelen en voorts omdat de bevolking hier een reputatie van opstandigheid tegen het centrale gezag had. Door middel van prikkelende reclamefilmpjes werden de mensen aangemoedigd om te komen.

Parallelle stroom, deels illegaal

De overheidswerving bleef parallel draaien naast de particuliere werving. Ook de overheidswerving ging niet altijd netjes. Een hoge Nederlandse ambtenaar werd gearresteerd door de Marokkaanse politie omdat hij massaal zwendelde in arbeidsvergunningen.

Naast deze twee min of meer officiële kanalen ontstond nog een derde stroom: steeds meer Marokkanen trokken op eigen initiatief naar West-Europa en zochten daar zelf naar werk.

Tijdelijkheid, geen integratie

De verwachting van beide kanten was expliciet dat de vestiging in Nederland tijdelijk was. Arbeiders zouden een paar jaar hier werken, geld verdienen en daarna terugkeren naar hun familie in Marokko. Om deze reden werd er geen enkele poging ondernomen om de taal te leren of kennis bij te brengen over onze maatschappij. Ook werd er niet gezorgd voor permanente huisvesting. Verblijfsvergunningen waren lang niet altijd goed geregeld. Veel mensen hadden niet de juiste papieren, maar daar werd niet moeilijk over gedaan. Toch waren er hier en daar initiatieven om de mensen te helpen bij hun vestiging in Nederland.

De eerste generatie

De eerste arbeiders die kwamen werden soms bijzonder hartelijk binnen gehaald. Soms liep de dorpskapel uit om hen te verwelkomen! De mensen van deze eerste generatie werd vaak ondergebracht in hostels, pensions of bedrijven. Deze pensions waren meestal barakken of gehuurde woningen, waar de mannen soms met twintig personen woonden. In extreme gevallen sliep een "nachtshift" overdag in de bedden en de "dagshift" 's nachts.

Fanfare verwelkomt eerste gastarbeiders *Bron: "Geschiedenis van Marokko, Bulaaq"

In een aantal gevallen werd er ook misbruik gemaakt van de onwetendheid en werd mensen geld afgetroggeld om een baan of betere huisvesting te mogen krijgen. De mannen kwamen zonder vrouw en kinderen, die ze nog slechts zagen tijdens vakanties. In hun thuisland hielden ze het beeld in stand dat ze het in Nederland bijzonder goed hadden - sociaal en economisch. Het grootste deel van hun geld stuurden ze naar huis. Omdat ze graag veel wilden sparen, was lang niet iedereen ontevreden over de miserabele huisvesting! De Nederlanders, voor zover ze überhaupt contact hadden met Marokkanen, waren meestal bijzonder hartelijk en hulpvaardig naar hen toe. Soms woonden Marokkanen zelfs bij Nederlanders in huis.

In de jaren '70, met name ten tijde van de oliecrisis, ontstond er een diepe economische crisis in ons land. Plotseling was er sprake van een toenemende werkloosheid. De eerste slachtoffers hiervan waren de ongeschoolde arbeiders. Het was al lang duidelijk geworden dat de "gastarbeiders" hier helemaal niet tijdelijk waren. Velen van hen verloren hun baan. Er werd onmiddellijk een immigratiestop afgekondigd. De houding van de Nederlanders tegenover de Marokkanen veranderde snel van gastvrijheid en vriendelijkheid naar een enigszins afstandelijke houding. Velen hadden het gevoel dat de Marokkanen hun "baantjes inpikten". Ook van Marokkaanse zijde werd dit zo gevoeld.

Om de gevolgen van de grote werkloosheid enigszins in te perken - of misschien beter gezegd, te verdoezelen - werden arbeiders massaal de WAO ingeloodst. Hierdoor ontstond een grote groep mannen die totaal geen Nederlands sprak, hoegenaamd niets van onze maatschappij wist en uit het arbeidsproces verwijderd was. De meeste van hen zouden de rest van hun jonge jaren slijten in het kringetje koffiehuis-moskee.

Rond de eeuwwisseling werden velen van hen opgeroepen voor een herkeuring teneinde hen weer aan het werk te krijgen. Voor de meeste mannen lijkt dit echter veel te laat te komen: ze hebben 20 jaar niet gewerkt en zijn nog steeds niet geïntegreerd. Frustratie en teleurstelling in de maatschappij zijn het gevolg.

De meeste van deze mensen hebben nog steeds het idee dat ze hier tijdelijk zijn. Er is als het ware sprake van een "permanente tijdelijkheid". De reden dat ze hun terugkeer steeds uitstellen is vanwege de kinderen die inmiddels geworteld zijn in de Nederlandse bodem. Sociaal gezien is er sprake van "sociale regressie" bij de eerste generatie, dat wil zeggen dat ze zich steeds meer in zijn gaan graven in de manier van leven zoals ze die kennen uit Marokko. Maar wel uit het Marokko van 1960, want ook daar heeft de tijd niet stil gestaan!

Religieus gezien behoort deze groep tot de "volksmoslims". Ze weten niet zo veel van de Islam en hun religieuze wereldbeeld wordt beheerst door bijgeloof en volksgebruik. Hun Islam is tolerant en gematigd, maar wel een belangrijk identificatiepunt.

De tweede generatie

Met de immigratiestop in de jaren '70 kwam er allerminst een eind aan de instroom van Marokkanen: de grootste groep zou nu komen door gezinshereniging en gezinsvorming! Onder gezinshereniging verstaan we het overkomen van vrouw en kinderen. Omdat de meeste gezinnen kinderrijk waren (5 of 6 kinderen) kwam er een enorme stroom op gang. Onder gezinsvorming verstaan we het ophalen van een bruid uit Marokko. Dit betreft dan ongetrouwde mannen van de eerste generatie gastarbeiders die een vrouw uit Marokko haalden. De kinderen uit deze huwelijken, alsmede de kinderen die overkwamen, worden gemakshalve wel "de tweede generatie" genoemd. Echter, velen van hen zijn in Marokko geboren en hebben daar misschien zelfs al onderwijs gevolgd.

Deze generatie heeft een zogenaamde "dubbele" oriëntatie: zowel Nederland als Marokko zien zij als thuisland. Hier worden ze als Marokkaan beschouwd, daar als Nederlander. Ze zijn als het ware "kind tussen twee culturen". Deze groep wil graag afstand doen van het imago van hun vaders: de gedweeë arbeider die in een klein huis op de hoek van de roze buurt woont. Ze dromen van een betere toekomst en meer economische welvaart. Hoewel deze groep negatief in het licht treedt door conflicten met de Nederlandse orde, wordt dit juist ook veroorzaakt doordat ze participeren in de maatschappij. Eigenlijk zijn ze dus beter geïntegreerd: ze spreken de taal tamelijk goed en hebben veel contacten met Nederlanders. Hierdoor worden ze erg zichtbaar, in tegenstelling tot hun ouders, die zich begraven in de herinnering aan hun eigen cultuur.

De huidige tijd

Op dit moment spreken we al over de "derde generatie". De kinderen van dit moment hebben echter meestal één ouder die al lang in Nederland heeft gewoond en één ouder die kersvers uit Marokko afkomstig is. Als de moeder "geïmporteerd" is, groeien de kinderen op in een thuissituatie waarin geen Nederlands gesproken wordt, tenzij ze oudere broers of zussen hebben. Pas als het kind naar school gaat, komt ze voor het eerst met de Nederlandse cultuur in aanraking. Als de vader kersvers uit Marokko afkomstig is, hebben de kinderen meestal betere kans op succesvolle participatie in de samenleving. Echter, de vader kan vaak niet goed begrijpen hoe het systeem in Nederland werkt en zal het kind niet kunnen coachen en sturen. Bij Marokkaanse gezinnen geldt meestal dat de moeder over de zaken thuis gaat en de vader over de buitenwereld. Zelf maakt men meestal de grap dat de moeder "minister van binnenlandse zaken" en vader die van "buitenlandse zaken" is.

Veel ouders begrijpen niet goed wat bijvoorbeeld het verschil is tussen "VBMO", "HAVO" en "VWO". Ook denken ze nog, vanuit hun maatschappijvisie in Marokko, dat de enige goede banen die van dokter, onderwijzer of ingenieur zijn. Daardoor zullen ze minder snel denken aan banen in de economische, sociale of dienstensector. Steeds meer jongeren begrijpen dit zelf echter wel en een toenemend aantal van hen maakt succesvolle carrière.

Op het moment stijgt het aantal Marokkaanse deelnemers op de HAVO en VWO dramatisch snel, hoewel er nog steeds een grote achterstand is ten opzichte van de autochtone bevolking. Ook op het HBO en WO verschijnen steeds meer Marokkanen. Bij dit alles moet gezegd worden dat de meisjes het beter doen dan de jongens.

Een andere tendens die erg in het oog springt is de relatief hoge criminaliteit die veroorzaakt wordt door met name Marokkaanse jongens van 8 tot 25 jaar. De misdaadcijfers liggen flink hoger dan bij autochtone jongeren. Velen zijn schoolverlaters ("drop-outs") zonder uitzicht op een betere toekomst. Vaak komen ze uit een thuissituatie zoals hierboven beschreven met een afwezige vader en een totaal niet-geïntegreerde moeder.




Bericht toevoegen

Er zijn nog geen berichten geplaatst in deze categorie.



Berbers tot Buren © 2006 - Produced by FastBird (Software Development and Training)